STEMWIJZER
voor de toekomst



Een aantal problemen maakt een einde aan onze groei-economie.
Niets doen betekent een ineenstorting van onze economie met chaos tot gevolg.
Onze politiek moet maatregelen treffen;

  • overgaan op duurzame energie,
  • de overconsumptie verminderen,
  • de overbevolking verminderen.

Onze politieke partijen hebben hierover nog bijna geen standpunten ingenomen. De tijd dringt. Al onze politieke organen zijn hierbij nodig en zeker de EU. Lees verder het hoe, wat en waarom.


Onze leefstijl is verantwoordelijk voor de opwarming van de Aarde en uitputting van grondstoffen. Dit geldt zeker voor ons rijke overbevolkte Nederland en EU. Wij wonen met te veel mensen in Nederland en de EU en wij consumeren te veel. Economen en politici willen ons steeds meer laten consumeren om onze groei-economie in stand te houden. In Nederland en de EU wonen steeds meer mensen door een geboorte overschot en immigratie. Ieder jaar komen er 70.000 mensen in Nederland bij; een complete stad! Wij beginnen over te gaan op duurzame energie. Op het gebied van economie en overbevolking is nog geen begin gemaakt. Als wij volledig overgaan op duurzame energie zal ook onze economie moeten wijzigen; zie hieronder "Klimaatverdrag zonder groei-economie". Onze politiek moet zich openstellen voor een duurzame economie zodat wij kunnen kiezen hoe dit te realiseren; zie Stemwijzer.


ZONDER

 

Het klimaatverdrag van Parijs gaat niet samen met onze groei-economie. In 2050 moeten wij de CO2-uitstoot bijna geheel gestopt hebben. Dat kan alleen door het gebruik van duurzame energie en energiebesparing. Windmolens en zonnepanelen zijn de vervangers van kolen, olie en gas. Echter, het oppervlak van Nederland is veel te klein voor al deze molens en panelen. Ook de prijs voor duurzame energie is in 2050 minstens twee tot vier maal zo hoog als in 2015. Hierdoor moeten wij ons energieverbruik verminderen. De consumptie neemt af en een langdurige recessie treedt in. Niets doen betekent een ineenstorting van onze economie. Onze politiek moet de groei economie geleidelijk ombuigen in een duurzame economie.

Een duurzame economie ontstaat door een steeds hogere belasting op kolen, olie en gas. Deze belasting stimuleert de opwekking van duurzame energie. Ook op producten waarbij kolen, olie of gas betrokken zijn, moet extra belasting. De macht van multinationals neemt af en lokale bedrijven nemen de productie over. Import zonder importheffingen kan als geproduceerd wordt met duurzame energie. Binnen de EU ontstaat een duurzame, circulaire en gedeeltelijke gesloten economie. In zo’n economie kan het werk veel eerlijker verdeeld worden.

Een sterke EU is daarbij van essentieel belang. Met de open grenzen binnen de EU en dezelfde munt moeten alle euro landen deze belastingheffing gelijktijdig invoeren. De waardeloze CO2 emissie certificaten kunnen de prullenbak in. De EU moet wetgeving maken om eerlijke concurrentie binnen de EU af te dwingen. De huidige wereldwijde vrije markt economie verandert binnen de EU in een deels gesloten economie. De levensstandaard kan op peil blijven bij een afname van de bevolking.

Wat is het probleem?

Wij moeten 80-95% minder CO2-uitstoot realiseren in 2050.
De klimaatverandering is een gevolg van steeds sneller toenemende hoeveelheid CO2 in de lucht, veroorzaakt door gebruik van kolen, olie en gas. Wereldwijd zijn afspraken gemaakt om de klimaatverandering beperkt te houden. Om de opwarming van de Aarde in 2050 te beperken tot 2o Celsius moet de CO2-uitstoot omlaag. De doelstellingen voor 2020 van de EU zijn: 20% minder CO2-uitstoot, 20% duurzame energie en 20% efficiënter gebruik van energie in vergelijking met 1990. In 2050 moet 80-95% minder CO2-uitstoot zijn gerealiseerd; in 2023 moet 16% van de energie duurzaam zijn. Er zijn meer redenen om nu over te schakelen op duurzame energie: verbetering van de luchtkwaliteit, het minder afhankelijk zijn van instabiele regimes, de resterende kolen, olie en gas bewaren voor toekomstige generaties en overgeschakeld zijn voordat de olie opraakt. Onze bevolkingstoename en onze hogere consumptie per persoon heeft er toe geleid dat het gebruik van kolen, olie en gas in 2015 in Nederland met 10% is toegenomen ten opzichte van 1990. Daarnaast koopt Nederland veel producten uit Azië die met vervuilende energie gemaakt zijn; kleding, mobieltjes, auto's etc. Hiervoor moet onze energievoorziening in 2050 bijna geheel van kolen, olie en gas zijn overgeschakeld op duurzame energie.

Energie tekort en duurder

In 2050 is veel minder energie beschikbaar en energie kost 2 tot 4 keer zoveel als in 2015.
In 2015 is ongeveer één procent van het energieverbruik duurzaam. In 2050 moet dit honderd maal zoveel zijn. Duurzame energie kan men maken uit wind, zon, getijden, biomassa, zeewier, contact tussen zoet en zout water en nog vele andere natuurverschijnselen. Voor grootschalige oplossingen komen alleen de wind en de zon in aanmerking. (zie berekeningen) Met windmolens is het volledige oppervlak van Nederland niet genoeg. De huidige zonnepanelen hebben een kwart van ons land nodig. In 2050 verwacht men panelen met een twee keer zo hoge opbrengst waarmee nog steeds een achtste van ons land nodig is. Het oppervlak nodig voor de opwekking van de duurzame energie, is dus veel te groot voor Nederland. Het benodigde oppervlak is zelfs te groot wanneer de Noordzee daarbij betrokken is. Importeren van energie is niet mogelijk omdat de buurlanden ook onvoldoende duurzame energie kunnen opwekken.
Op dit moment is de kostprijs van elektriciteit ongeveer 4 tot 5 cent per kWh. Alleen kolencentrales en kerncentrales kunnen tegen deze prijs leveren. Gascentrales kunnen leveren bij een elektriciteitsprijs van 7 tot 8 cent. De kWh prijs van windmolens op land is 8 tot 10 cent en van windmolens op zee 15 cent. De kWh prijs van zonnepanelen is nu 12 cent. De overheid subsidieert het prijsverschil tussen de duurzame elektriciteit en de elektriciteit geleverd door kolencentrales. De prijs van duurzame energie verandert. De kWh prijs van windmolens op zee kan naar de 10 cent door projectmatige aanleg van windparken. Maar de kWh prijs van windmolens op land loopt op omdat het steeds moeilijker is de molens in het landschap in te passen. In 2050 is de kWh prijs van zonnepanelen gedaald naar 6 cent door verbeterde opbrengst van de panelen.
De levering van duurzame energie verloopt met pieken en dalen. In tijden van geen wind en geen zon zijn energiecentrales op kolen, olie of gas nodig. Omdat deze energiecentrales weinig in gebruik zijn is de kWh prijs hiervan erg hoog. Voor de volledige uitbanning van CO2 is het gebruik van kolen, olie of gas centrales niet mogelijk en zullen kerncentrales weer terug moeten komen. Bij te veel wind en zon is opslag van elektrische energie nodig. De benodigde enorme accu’s zijn nog niet ontwikkeld. De aanschaf en het onderhoud van deze accu's kosten vele miljarden euro’s. Iedere kWh duurzame energie kost 2 tot 6 cent extra om de pieken en dalen in de levering te overbruggen.
Naast de energieproducenten moeten ook de energieafnemers overschakelen op elektrische energie. Industrie, transport en huishoudens gaan over van apparaten op kolen, gas en olie naar apparaten op elektrische energie. De overheid zal hierbij moeten helpen met subsidies en een nieuwe infrastructuur. En ook dit gaat vele miljarden kosten.

Subsidie of belasting

Grootschalige invoering van duurzame energie kan alleen door belasting te heffen op kolen, olie en gas.
Subsidies maken nu de invoering van duurzame energie mogelijk. Een rijk land zoals Nederland kan de subsidies voor “kleine hoeveelheden duurzame energie” opbrengen. Nadeel: de overheid bepaalt wie, waar, welke en hoeveel duurzame energie maakt. Grote hoeveelheden duurzame energie kan de overheid niet subsidiëren. Grootschalige invoering van duurzame energie kan door extra belasting te heffen op kolen, olie en gas. De vervuiler betaalt. Niet de overheid maar de markt bepaalt wie, waar, welke en hoeveel duurzame energie maakt. Het systeem van CO2-emissie certificaten voor de industrie vervalt. De overheid kan met de hoogte van de belastingen bepalen hoe snel de overschakeling op duurzame energie gaat. Het nadeel van belasting op energie is dat producenten meer moeten betalen voor hun energie. Dat maakt dat de productiekosten hoger zijn dan in landen waar deze belasting op energie niet geldt. Bij massaproductie is de energieprijs bepalend voor de prijs van een product. Bij hogere productiekosten daalt de export en stijgt de import. De import beperken met importheffingen, stimuleert de eigen productie. Importheffingen aan de grens met Europa is goed te motiveren voor producten waarbij kolen, olie of gas betrokken zijn. Dit stimuleert ook andere landen om te gaan produceren met duurzame energie.

Een sterke EU

Een sterke EU is daarbij van essentieel belang.
Belastingheffing op kolen, olie en gas vermindert de concurrentiepositie van Nederland en de EU op de wereldmarkt. Minder energie betekent een krimpende economie en minder consumptie. De werkeloosheid stijgt, de kosten van sociale voorzieningen stijgen en de belastinginkomsten zijn minder. Snijden in de overheidsvoorzieningen is nodig om de overheidsuitgaven te verlagen. De welvaart vermindert. Een krimpende economie vereist een ander economisch beleid om de krimp beperkt te houden. Een andere economische sturing is noodzakelijk om de schade beperkt te houden; een duurzame economie.
Kleinschalige productie vergt veel minder energie dan massaproductie. Bij massaproductie zijn veel machines in gebruik die veel energie verbruiken. Massaproductie verbruikt veel energie voor het transport over grote afstanden van de eindproducten naar de afnemers en grondstoffen naar de productiecentra; globalisering. Bijna alle multinationals maken gebruik van massaproductie. Deze automatische productie (robotisering) door multinationals moet overgaan in kleinschalige lokale productie.
Steeds hogere belastingen op kolen, olie en gas laten massaproductie vanzelf overgaan in kleinschalige productie. Het gebruik van machines en transport wordt steeds duurder ten opzichte van arbeid; de werkgelegenheid neemt toe. Kolen, olie en gas moeten in alle landen van de EU wel even duur zijn om de concurrentiepositie van kleinschalige bedrijven in heel de EU gelijk te houden. Belastingheffing op kolen, olie en gas aan de buitengrenzen van Europa is het meest eenvoudige. Zo ontstaat een duurzame, circulaire en gedeeltelijke gesloten economie. In deze duurzame economie kan de overheid het werk eerlijker verdelen dan in een groei economie.