STEMWIJZER
voor de toekomst

De mensheid zit in een auto die met grote snelheid op een betonnen muur afrijdt.
Het enige wat wij zeggen is: Wat gaat deze auto lekker snel. Kan hij nog harder?
Stem op de juiste partij om op tijd te stoppen.


Wat gaat fout?


Samengevat: Hoe laten wij onze Aarde achter voor onze kinderen? Een aantal veranderingen in de wereld kunnen onze samenleving kapotmaken. Economisch: het werk neemt af en is oneerlijk verdeeld, het verschil tussen arm en rijk neemt toe, de vaste lasten en kosten voor de gezondheid nemen almaar toe. Milieu: het klimaat verandert, het energieverbruik neemt toe, plastic is overal, veel planten en diersoorten sterven uit, lichaamsvreemde stoffen zitten in het voedsel, grondstoffen raken op. Macht: de multinational bepaalt wat er gebeurt in plaats van onze overheid. Sociaal: wij voelen ons steeds minder veilig, ons gemeenschapsgevoel verdwijnt.

Welke veranderingen kunnen onze samenleving kapotmaken?

De wereld om ons heen verandert snel. Meestal nemen wij pas maatregelen als de veranderingen problematisch worden. Voor een aantal veranderingen moeten wij maatregelen nemen voordat de problemen echt goed zichtbaar worden. Het zijn problemen die onze samenleving uiteindelijk kapot kunnen maken. De klimaatverandering is daar het grootste voorbeeld van. Misschien gaat het niet tijdens ons leven fout maar dan wel tijdens het leven van onze kinderen of kleinkinderen. Welke veranderingen kunnen onze samenleving kapotmaken?

  1. Het klimaat verandert. De polen smelten, de zeespiegel stijgt en het weer wordt steeds extremer. De kans op een dijkdoorbraak en overstromingen nemen toe. De dijken moeten steeds hoger gemaakt worden. De schades door extreem weer nemen ieder jaar toe. De oceanen raken verzuurd en worden warmer, de koralen sterven. De klimaatverandering maakt sommige delen van onze wereld onbewoonbaar waardoor de plaatselijke bevolking naar andere delen (ons land) zullen komen.
  2. De werkgelegenheid neemt af en wordt oneerlijk verdeeld. Dit is volgens het IMF een wereldwijde ontwikkeling: de loonontwikkeling blijft achter op de economische groei. Met het bijdrukken van geld (60 miljard per maand) probeert de ECB de afname tegen te gaan waardoor een tijdelijke opleving in 2017 is gerealiseerd. Dit is niet vol te houden. De laag en midden opgeleiden komen steeds sneller zonder werk te zitten door fusies, faillissementen, opheffingen. De periode van werkeloosheid wordt steeds langer en op oudere leeftijd komt men vaak niet meer aan het werk. Na ontslag komt men steeds langer zonder werk te zitten en moet men zich vaak op eigen kosten omscholen en verhuizen. De werkenden (de top en hoger opgeleiden uitgesloten) moeten steeds harder werken tegen een lager salaris terwijl het aantal niet werkenden toeneemt. Landen voeren onderling een moordende concurrentiestrijd om werk te creëren door langere werkweken in te voeren en sociale voorzieningen af te breken. In de zorg worden de betaalde banen steeds vaker vervangen door vrijwilligers. In de concurrentiestrijd wint ons goed georganiseerde Nederland vaak ten koste van zuidelijke landen.
  3. Leefbaarheid op deze aarde neemt af. In Nederland wonen teveel mensen. Nederland is niet in staat zichzelf te voeden. Bij een crises in de wereld zullen de schappen in de winkels leeg blijven.
  4. De (economische) immigratie neemt almaar toe. Steeds meer mensen uit arme landen willen ook onze levensstandaard en komen naar ons land. Door de immigratie zullen onze normen en waarden gaan veranderen: minder vrijheid van meningsuiting en de ongelijkwaardigheid van man en vrouw. Daarnaast brengen immigranten enorme kosten met zich mee.
  5. De economische ongelijkheid binnen Nederland neemt toe. De loonverschillen en het aantal mensen zonder vermogen nemen almaar toe; de rijken worden rijker en de armen worden armer. Een steeds groter deel van onze uitgaven moeten wij besteden aan vaste lasten; zorg, waterschapslasten, gemeentelijke belastingen, energie etc. Dit terwijl de multinational bijna geen belasting betaalt. Het toenemende verschil wakkert de sociale onrust aan met uiteindelijk een opstand. Van een duurzame maatschappij is dan geen sprake meer.
  6. De kosten voor onze gezondheidszorg stijgen almaar. Wij worden steeds ouder en wie zorgt er dan voor ons.
  7. Onze samenleving laat nationale en private schulden oplopen. Een steeds groter deel van onze bevolking zit in de schulden. Deze kunnen nooit meer terugbetaald worden en kunnen eindigen in weer een krediet crises. Aankopen kunnen dan niet meer gedaan worden waardoor de werkeloosheid en armoede toenemen.
  8. Onze overheid wordt steeds machtelozer tegenover de grote multinationals. Banenplannen werken al lang niet meer, multinationals betalen amper belasting; in de praktijk bepalen multinationals wat en hoe iets moet gebeuren in een land.
  9. Wij willen steeds meer: luxer huis, duurder voedsel, grotere auto's, meer reizen, meer informatie etc. Echter, deze extra's maken ons niet gelukkiger maar leveren ons wel veel meer stress en welvaartsziektes op.
  10. Het toenemende energieverbruik doordat wij steeds meer willen. Alle producten kosten energie. Ondanks energie bezuiniging verbruiken wij ieder jaar meer energie; direct in eigen land of via geïmporteerde producten uit het buitenland.
  11. Wij produceren steeds meer afval zowel recyclebaar als zwerfafval overal om ons heen in het milieu. Het plastic zit al in allerlei voedselketens; de microplastics worden gegeten door vogels, vissen etc. Het gebruik van duurzame materialen (kunststoffen, roestvrijstaal, verf, lijm) neemt almaar toe maar de natuur heeft duizenden jaren nodig om deze materialen af te breken. Zware metalen komen vrij bij diverse processen en leveren bij grote concentraties gevaar op voor onze gezondheid.
  12. Ons voedsel bevat resten van gewasbeschermingsmiddelen en pesticiden. Slechts enkele gevolgen kennen wij, naar de rest kunnen wij alleen maar raden. Medicijnen (antibiotica) die preventief in de veeteelt gebruikt worden, maken mensen immuun waardoor wij steeds sterkere medicijnen nodig hebben. Deze stoffen verdwijnen in bodem, lucht en water waar wij later en toekomstige generaties last van krijgen.
  13. Veel planten en diersoorten sterven uit door toedoen van menselijke activiteiten. Kunnen wij wel zonder deze planten en diersoorten leven?
  14. Grondstoffen raken op. Onze levensstandaard kan niet voor iedereen omdat onze standaard te veel materiaal verbruikt. Met onze standaard kan onze Aarde slechts aan 4 miljard mensen blijvend de benodigde materialen leveren maar we leven nu met 7 miljard mensen op deze Aarde. De metalen antimoon, goud, zink en molybdeen (nodig in elektronica, batterijen en staal) raken binnen 50 jaar op. Voor onze voedselproductie is fosfaat nodig. De voorraad is nog voor 100 jaar aanwezig. De landen waar zich deze grondstoffen bevinden, buiten hun machtspositie uit. Zodra de vindplaatsen leeg zijn kunnen deze grondstoffen alleen via recycling of uit het milieu gehaald worden waar veel energie voor nodig is. Onze kinderen en kleinkinderen erven een leeggeroofde Aarde.
  15. De vrije ruimte om ons heen wordt steeds kleiner. In India worden mensen door het ruimteprobleem al verticaal begraven. De huizen- en wegenbouw vereisen steeds meer ruimte ten koste van de natuur, veeteelt en land- en tuinbouw. Ondanks alle extra asfalt nemen de files en parkeerproblemen toe. We moeten steeds langer in de wachtrij staan. Al deze bebouwing zorgt voor een snelle afvoer van regenwater waardoor de rivieren bij regenval steeds meer water te verwerken krijgen en de dijken langs de rivieren steeds hoger moeten worden.
  16. Onze samenleving verruwt. Een groep scheldt, beledigt, kwetst, maakt rotzooi en vernielt en laat zich door niemand corrigeren; de extremen zijn de terroristen. Onze maatschappij verhardt; wordt individualistischer. Tolerantie, verdraagzaamheid en de vrijheid om te zijn wie je bent nemen af. Men houdt steeds minder rekening met een ander.
  17. Wij hebben steeds meer keuzemogelijkheden. Er valt steeds meer te kiezen waardoor wij ook vaak verkeerde keuzes maken. Steeds meer mensen hebben niet leren of willen kiezen door bijvoorbeeld een gebrekkige opvoeding of afkomst vanuit een autoritair land. Deze mensen zijn niet zelfstandig, weerbaar, betrokken bij hun omgeving etc. en vinden het leven niet zinvol. Zij laten de massacultuur, familie of kerk voor hen kiezen en worden asociaal, afhankelijk en ongelukkig. Steeds grotere groepen mensen keren zich tegen de huidige maatschappij.
  18. Ons sociaal gemeenschapsgevoel neemt af. Wij krijgen steeds minder het gevoel ergens bij te horen. Steeds meer mensen met andere culturen komen om ons heen wonen en integreren nauwelijks.
  19. Honger en oorlogen nemen wereldwijd toe. Met af en toe een donatie aan goede doelen voor onze gemoedsrust zal dit niet afnemen.

Hoe laten wij de Aarde achter voor onze kinderen en kleinkinderen? Velen kijken weg voor bovenstaande problematiek, ontkennen en vluchten in steeds extremere ontspanning of meer materiële welvaart. Ook zoeken velen een boosdoener of geven elkaar de schuld en verschuilen zich achter de schuld van een ander. En daarnaast willen velen eerst nog graaien wat er te graaien valt onder het motto: Wie dan leeft, wie dan zorgt.

 

Hoe ziet een kapotgemaakte samenleving eruit?

Sommige veranderingen zijn alleen al in staat onze samenleving kapot te maken. Voorbeelden hiervan zijn: de klimaatverandering en de economische ongelijkheid. Andere veranderingen kunnen alleen in combinatie met elkaar onze samenleving kapotmaken. Hoe ziet zo'n kapotgemaakte samenleving er dan uit?

  • Bij klimaatveranderingen kan dat een overstroming zijn of een massale instroom van immigranten vanuit landen waar niets meer kan groeien.
  • Bij milieuvervuiling kan men denken aan ziekten en massale sterfte.
  • Bij macht van multinationals kan dat het verdwijnen van de democratie betekenen.
  • Bij economische veranderingen kunnen hele groepen mensen op democratische wijze in opstand komen. Een populistische partij krijgt de meerderheid in de kamer waaruit een dictator opstaat (Venezuela, Turkije, Filipijnen).
  • De kosten voor de gezondheidszorg kunnen zo hoog worden dat wij keuzes moeten gaan maken wie mag blijven leven en wie niet.
  • Overbevolking en overconsumptie zijn nauw met elkaar verbonden; er kan van alles misgaan.
  • Het instorten van de economie waardoor onze levensstandaard sterk vermindert.
  • Langdurig verontreinigd voedsel eten kan kinderen opleveren die te weinig afweerstoffen hebben om te kunnen blijven leven.
  • Honger is mogelijk omdat wij onszelf niet kunnen voeden (te weinig grond voor land- en tuinbouw voor ons overbevolkte land).
  • Grote werkeloosheid levert niet alleen financiële armoede op maar tast ook ons geluksgevoel aan.
  • Het opraken van grondstoffen kan tot oorlogen leiden.
  • Sociale veranderingen kunnen onze samenleving doen polariseren (populistische partij): arm tegen rijk, werklozen tegen werkenden, jongeren tegen ouderen, laagopgeleiden tegen hoogopgeleiden, immigranten tegen allochtonen, religieuzen tegen niet religieuzen
  • Daarnaast kunnen problemen ontstaan die wij nu niet kunnen bedenken; het huidige terrorisme was in het verleden ondenkbaar.