STEMWIJZER
voor de toekomst


Globalisering



In het kort: Meer globalisering maakt producten goedkoper en zorgt voor meer vrede tussen landen. Voor- en nadelen van globalisering zijn afhankelijk van de mate van globalisering. Bij weinig globalisering komen er snel banen bij en neemt de rijkdom over alle lagen van de bevolking toe en wordt de belasting eerlijk verdeeld. Politici en economen willen ons dit nog steeds laten geloven. Maar de huidige globalisering is zover doorgeschoten dat er nu meer nadelen dan voordelen zijn. De huidige globalisering betekent: wereldwijd verdwijnt er werk, het verschil tussen arm en rijk neemt toe, de middenklasse verdwijnt, ontslag komt steeds sneller en de werkeloosheidsperiode wordt steeds langer, internationale bedrijven betalen bijna geen belasting meer, soevereiniteit en democratie nemen af, de milieuvervuiling neemt almaar toe en de mijnen voor grondstoffen raken uitgeput. Deze grote problemen vragen om een daadkrachtige politiek; binnen of buiten de EU.
Uiteindelijk keert de uitputting van de grondstoffen de globalisering. Grondstoffen moeten dan verkregen worden door het recyclen van producten. Deze grondstoffen zijn dan al binnen de landsgrenzen aanwezig. De internationale handel vermindert; de globalisering neemt af. Westerse landen schakelen over op een circulaire economie. Soevereiniteit en democratie nemen toe. Helaas gaat zo'n omslag met veel crises gepaard.

Wat is globalisering: Door onze grenzen open te stellen kunnen bedrijven uit andere landen concurreren op onze binnenlandse markt. Meer concurrentie betekent goedkopere producten en/of hogere kwaliteit. Dit kan alleen als er goedkoper geproduceerd wordt door met minder mensen hetzelfde te produceren. Gevolg: mensen worden ontslagen. Maar deze ontslagen mensen kunnen andere producten maken. Deze producten kunnen gekocht worden met het uitgespaarde geld van de goedkoper geworden producten; de economie groeit. Het gevolg van globalisering is dat steeds meer voor hetzelfde geld gekocht kan worden. Maar ook dat telkens mensen ontslagen worden die weer nieuw werk moeten vinden. Deze hele cyclus gaat fout zodra mensen niet méér gaan kopen of de bevolking krimpt. Mensen worden dan wel ontslagen maar krijgen geen nieuw werk of moeten tegen steeds lagere lonen aan het werk; dit is de huidige situatie in de wereld. De opleving in 2017 is slechts tijdelijk omdat de ECB vele miljarden heeft bijgedrukt; een proces wat niet volgehouden kan worden.

Voor- en nadelen: De voor- en nadelen van globalisering zijn grotendeels weergegeven onder multinationals waarbij de voordelen al lang niet meer opwegen tegen de nadelen. Globalisering op grote schaal heeft nog meer nadelen. De middenklasse in de westerse wereld verdwijnt door globalisering, is vastgesteld door de Wereldbank. De arbeiders worden steeds vaker ontslagen (fusies, verplaatsing fabriek, bezuinigingen) waarna nieuw werk gevonden moet worden. Een vaste baan wordt steeds minder aangeboden, de tussenliggende werkeloosheidsperiode wordt steeds langer en de betrokkenheid voor het bedrijf neemt af. Het verschil tussen arm en rijk neemt toe. Voor de almaar toenemende consumptie zijn steeds meer grondstoffen nodig waardoor deze op termijn niet meer uit de grond verkregen kunnen worden. De democratie en soevereiniteit van het land nemen af (zie hier).  

Wat is de oplossing: Nu globalisering samen met robotisering tegen de grenzen van de groei aanlopen zal globalisering afgeremd moeten worden. Globalisering is al honderden jaren aan de gang en moet zeker niet stoppen maar wel minderen om de werkgelegenheid te kunnen herstructureren. Daarnaast zal de consumptie moeten verminderen om verspilling van grondstoffen tegen te gaan. De globalisering moet afgeremd worden. Dit kan door de grenzen op een kier open te zetten; een kleine heffing over import en vrijhandel afschaffen.

De verre toekomst van 2100: Grondstoffen raken op en moeten uit recycling gewonnen worden. Consument en grondstoffen bevinden zich dan binnen dezelfde landsgrenzen. Fossiele brandstoffen zijn onbetaalbaar geworden door hoge belastingen op CO2. Grondstoffen en consumptieartikelen transporteren over de wereld, levert steeds minder op. Producten worden dan steeds vaker binnen dezelfde landsgrenzen gemaakt. De internationale handel vermindert; globalisering neemt af.

De theorie voor het bovenstaande vindt u hier.