STEMWIJZER
voor de toekomst


Loonontwikkeling


IMF 2017: nieuwe manieren van produceren zetten lonen wereldwijd onder druk

Het aandeel van lonen in de economie neemt wereldwijd af en dat is grotendeels het gevolg van de combinatie van nieuwe technologie en wereldwijde integratie van productieprocessen. Tot die conclusie komt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in een nieuwe studie.

Economen breken zich al jaren het hoofd over hoe het toch kan dat het aandeel van werknemers in de verdeling van de nationale koek in een groot aantal landen al jaren achtereen aan het afnemen is. Het onderwerp ligt zeer gevoelig, omdat politici steeds vaker proberen in te spelen op het gevoel bij werknemers dat ze niets terug zien van de economische groei in de vorm van hogere reële lonen. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat de verstrekkers van kapitaal hun inkomens wel zien stijgen. Het gevolg hier van is toenemende inkomensongelijkheid.

 

Opkomende economieën

Mondiaal is het aandeel van loon in de nationale economieën van 1980 tot en met 2006 met vijf procentpunt gedaald, van ongeveer 55% naar 50%. Het IMF concentreert zich echter op de periode van 1991 tot en met 2014, omdat dit een roerige economische tijd was, met opkomst van China, de snelle verspreiding van nieuwe ICT-technieken en de diepe mondiale recessie. In die periode daalde het aandeel van loon in het bruto binnenlands product (bbp) in de onderzochte landen met twee procentpunt.

Opmerkelijk genoeg beperkt die neergang van het aandeel van de beloning van arbeid zich niet tot de ontwikkelde economieën. Ook in opkomende economieën blijkt het aandeel van loon onder druk te staan. Dat is een opmerkelijke conclusie, omdat deze landen de groei doorgaans moesten realiseren door meer arbeid aan het productieproces toe te voegen. In de opkomende economieën is het belang van machines en ict-technieken nu echter al zo groot dat ook daar de kapitaalverschaffers een groter deel van de koek weten op te eisen.

Industrie

Na Kazachstan zag China in de periode 1991- 2014 het aandeel van loon het sterkst afnemen, met ongeveer 3,5 procentpunt. Het Verenigd Koninkrijk is een geval op zich. Daar nam het aandeel van loon in dezelfde periode juist toe, met twee procentpunt. De Londense City met al zijn bankiers en gigabonussen maakt hier het verschil.

Het IMF is nu opnieuw aan het rekenen geslagen en stelt vast dat in de ontwikkelde economieën de helft van de daling van het loonaandeel moet worden verklaard uit de technologische ontwikkeling. Door de razendsnelle ontwikkeling in de ICT zijn prijzen van investeringen sterk gedaald, vooral doordat voor hetzelfde of iets minder geld vaak heel veel betere en sterke ICT-toepassingen kunnen worden gekocht. In de verwerkende industrie heeft de ICT de grootste invloed gehad en is het loonaandeel het hardst omlaag gegaan, in de transportsector was dat in mindere mate het geval.

ICT-revolutie

Nog eens een kwart van de daling van het loonaandeel hangt samen met de mondialisering en dan met name met het ontstaan van de zogenaamde 'waardeketens'. De grote multinationale ondernemingen brengen steeds meer werk onder bij dochterondernemingen in andere landen, vaak in opkomende economieën. Die tendens verklaart volgens het IMF waarom ook in landen als China kapitaal een groter deel van het bbp naar zich toetrekt.

Het was al langer bekend dat de ICT-revolutie vooral ten koste gaat van de meer routinematige banen van het lagere en middenkader. Mensen met een goede opleiding profiteren juist. Ook hier is het IMF opnieuw aan het rekenen geslagen en de uitkomsten zijn toch vrij dramatisch. Mondiaal is het aandeel van de lonen van mensen met weinig of een gemiddelde opleiding van 1995 tot en met 2009 met 7 procentpunt gedaald. Voor hoogopgeleiden was er een plus van 5 procentpunt.