STEMWIJZER
voor de toekomst


Geldschepping


De huidige rentedragende geldschepping, welke volledig overgelaten is aan de particuliere banken, levert de volgende problemen op:

  1. Rente zorgt voor een geldstroom van arm naar rijk. De middenklasse en de armen in Nederland of Derde Wereld worden zo nóg armer. Dat remt dan bestedingen en dus welvaart, winsten, innovaties en het leidt tot respectloos omgaan met milieu.
  2. Geldschepping overlaten aan de markt zorgt voor enorme instabiliteit en omvallende banken (zoals ook al in 1763 ... nu 250 jaar geleden).
  3. En de combinatie van de twee, rente/geldschepping, zorgt dat het werkende, echte, deel van de samenleving (inclusief financiële dienstverlening) voortdurend geld afstaat aan de financiële wereld van beleggingen en speculaties, welke geen welvaart produceert maar wel de echte wereld in toenemende mate regeert.


Eenvoudig voorbeeld hoe banken bezittingen verkrijgt.

  • Stel, 12 personen spoelen aan op een onbewoond eiland. Een van hen stelt voor om een afstemmingssysteem in het leven te roepen, waarbij de hulp die ze elkaar onderling bieden centraal wordt verrekend via zogenaamde  eiro’s. De initiatiefnemer stelt voor dat hij de eiro’s zal administreren tegen een kleine vergoeding en dat hij verder geen andere taak heeft. Hij noemt zichzelf bankier. De eiro’s komen niet fysiek in omloop, maar worden slechts administratief bijgehouden door de bankier.
  • Zodra een van de eilandbewoners eiro’s bezit, kan hij of zij hulp vragen aan bewoners die eiro’s willen bemachtigen. Eiro’s zijn op twee manieren te verkrijgen. Allereerst als tegenprestatie voor een geleverde dienst en daarnaast als lening bij de bankier. Verder wordt afgesproken dat de bankier 5% per jaar ontvangt over de eiro’s die bij hem geleend worden. Alle eilandbewoners starten zonder eiro’s.
  • Een van de bewoners neemt vervolgens het initiatief tot het bouwen van een huis met twaalf kamers. Alle andere bewoners helpen hem, behalve de bankier. Na een jaar is het huis af en leent de huizenbezitter 1.000 eiro’s van de bankier om aan ieder van zijn helpers 100 eiro’s te betalen. De bankier noteert dit in zijn bankboek. De eigenaar van het huis verhuurt vervolgens 11 kamers aan de overige bewoners voor 5 eiro’s per jaar.
  • Vanaf het tweede jaar ontvangt de eigenaar van het huis 55 eiro’s per jaar van zijn huurders, waarvan hij 50 eiro’s aan de bankier moet afdragen als rentevergoeding. De bankier betaalt 5 eiro's huur vanuit de rentevergoeding. Stel nu dat er verder geen eiro’s meer worden opgeno­men bij de bank en dat er onderling geen andere diensten meer zijn geleverd waarvoor eiro’s betaald worden. Na 20 jaar lang 5 eiro’s per jaar huur te hebben betaald, hebben de huurders geen eiro’s meer over. De bankier heeft inmiddels 1000 eiro’s aan rente ontvangen en 100 eiro’s aan huur betaald. Per saldo heeft de bankier 900 eiro’s.
  • De huisbezitter is het slechtst af. Hij begon met 1.000 eiro’s schuld en heeft ieder jaar 55 eiro’s huur ontvangen en 50 eiro’s rente moeten betalen. Hij heeft nu 900 eiro’s schuld aan de bankier en geen huurders meer. De bankier ziet dat de bezitter van het huis zijn verplichtingen niet meer kan nakomen en doet een afwikkelingsvoorstel. Hij stelt voor dat de huiseigenaar het huis aan hem verkoopt voor 900 eiro’s, zodat diens schuld aan hem vereffend wordt. Door deze transactie zijn alle eiro-posities gladgestreken en heeft de bankier het huis in eigendom. Hij heeft nu – in de vorm van het huis – alle bezittingen op het eiland naar zich toe getrokken en is tevens de enige eilandbewoner die geen arbeid heeft geleverd om het huis te bouwen!

Als gerekend wordt met een rente van 0,5% wordt het verhaal anders.

  • Vanaf het tweede jaar ontvangt de eigenaar van het huis 55 eiro’s per jaar van zijn huurders, waarvan hij 5 eiro’s aan de bankier moet afdragen als rentevergoeding. De bankier betaalt deze 5 eiro's huur vanuit de rentevergoeding en ontvangt netto niets. De huiseigenaar wordt ieder jaar 50 eiro's rijker en heeft na 20 jaar alle eiro's en het huis (restwaarde) in bezit. Deze situatie is veel eerlijker; de huiseigenaar kan nu na 20 jaar het huis vervangen met eigen geld en de bankier zal nu ander werk moeten gaan zoeken.

Dit voorbeeld illustreert de oneerlijke situatie bij hoge rente en onveranderende geldhoeveelheid. Iemand (banken) brengt geld tegen een vergoeding als schuld in omloop; geldschepping. Deze persoon (banken) heeft zelf geen geld maar uiteindelijk trekt deze het eigendom volledig naar zich toe. Alleen een lage rente lijkt eerlijk.

En de toekomst?

In het huidige financiële systeem is het schuldenniveau een voorwaarde voor een gezonde economie. Zodra dit niveau een maximum heeft bereikt en vervolgens stagneert of afneemt krijgt men de economie niet meer blijvend aan de praat. Het gehele monetaire systeem moet veranderen. Allereerst moeten de schulden versneld worden opgeruimd. Daarna moet schuldgedreven geldschepping primair gericht zijn op een struc­turele toename van de toekomstige verdiencapaciteit van de economie. Wenselijk is dat het geldscheppingsprivilege bij overheden komt te liggen.

(ref. Rob van der Poel)