STEMWIJZER
voor de toekomst


Theorie Globalisatie


Dani Rodrik bewijst dat slechts twee van de drie (economische globalisering, soevereiniteit en democratie) volledig mogelijk zijn. Iets meer van het één betekent direct iets minder van het ander; zie onderstaande tabel.

  • Globalisering is het proces van toenemende economische, culturele en politieke integratie op wereldniveau. Door de openstelling van grenzen tussen landen, kunnen goederen en diensten zich gemakkelijker verplaatsen. Internationale handel is noodzakelijk omdat materialen in consumptie goederen alleen in bepaalde landen te vinden zijn. Goedkope arbeidskrachten in bepaalde landen maken producten goedkoper.
  • Een soevereine staat heeft zelfbeschikkingsrecht en heeft het recht om gezag uit te oefenen binnen de eigen grenzen. Een andere staat mag zich niet bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden.
  • In een democratie regeert het volk door middel van een volksvertegenwoordiging of parlement.

Met andere woorden: Hoe meer de transactiekosten in de internationale economie worden weggenomen hoe minder verschil er tussen landen overblijft. Meer verregaande economische integratie betekent minder ruimte voor landelijke verschillen in sociale en economische regelingen en minder speelruimte voor democratische besluitvorming op landniveau.


De percentages zijn indicatief en bedoeld om de relatieve verschillen aan te geven.

  1. Als de spelregels worden opgelegd door een mondiale economie, worden groepen in het land beperkt in de zeggenschap over binnenlandse economische beleidsvorming; China is hiervan een voorbeeld.
    • Instanties die economisch beleid maken (centrale banken, belastingautoriteiten, regelgevers, enzovoort), worden afgeschermd; sociale zekerheid verdwijnt of wordt geprivatiseerd.
    • Een neerwaartse druk op de vennootschapsbelasting ontstaat.
    • Het sociaal contract tussen bedrijfsleven en arbeid wordt uitgehold.
    • Nationale ontwikkelingsdoelen worden verruild voor het streven om het vertrouwen van de markt te behouden.
  2. Deze situatie is voor te stellen bij een geïsoleerd volk in het oerwoud maar ook voor ons land in de toekomst. Wanneer mijnen over de gehele wereld uitgeput raken, zal ieder land de grondstoffen moeten circuleren; de circulaire economie. Invoer van materialen is niet meer nodig en de internationale handel ligt stil. Ieder land moet dan een ecologische voetafdruk van maximaal 1 bezitten. De consumptie en bevolking zijn sterk afgenomen ten opzicht van nu.
    Deze situatie is te vergelijken met de Bretton Woods tijd van vlak na de 2e wereldoorlog. Landen konden toen hun eigen plan trekken, mits ze een aantal grensbeperkingen op handel schrapten en al hun handelspartners gelijk behandelden. Landen beperkten de kapitaalstromen; dit werd zelfs gestimuleerd. Vrije internationale kapitaalstromen konden de binnenlandse economische stabiliteit ontregelen.
  3. Robuuste mondiale instituties met regelgevende en normstellende bevoegdheden kunnen de juridische en politieke jurisdictie afstemmen op de markten, en de door natiegrenzen veroorzaakte transactiekosten elimineren. Als we hen bovendien voldoende toerekenbaar en legitiem maken, hoeft de politiek niet te krimpen. Er komt een volksvertegenwoordiging op mondiaal niveau. Een vorm van mondiaal federalisme is het USA-model op mondiale schaal. Binnen de USA zorgen een nationale grondwet, federale overheid en rechterlijke macht en allerlei binnenlandse regelgevende instanties voor werkelijk nationale markten. Dit ondanks de vele verschillen in regelgeving en belasting tussen de afzonderlijke staten.
  4. De politieke rechten werden verruimd, de arbeidersklasse organiseerde zich en massapolitiek werd de norm in de crisesjaren van 1930. De nationale economische doelstellingen gingen concurreren met externe regels en beperkingen. De nationale belangen zegevierden en de internationale handel liep terug.
  5. Nederland heeft binnen de EU een deel van haar soevereiniteit afgestaan aan de EU om meer macht op wereldniveau te kunnen uitoefenen. Daarnaast streeft de EU naar een vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten tussen de landen van de EU onderling.
  6. Vrijhandelsverdragen hebben desastreuze gevolgen gehad voor de midden en lage inkomensgroepen. Daarnaast beginnen vrijhandelsverdragen steeds meer te lijken op een stapsgewijze machtsovername door grote corporaties. De verdragen betreffen al lang niet meer alleen vrije handel. Multinationale ondernemingen willen dat overheden zogenaamde “misgelopen winsten” gaan vergoeden, wat er op neer komt dat de burger hier voor op draait. Daarnaast omvatten vrijhandelsverdragen zoals TTIP wetswijzigingen waardoor grote bedrijven speciale privileges krijgen. De democratie moet sterk inbinden.
  7. De EU meer macht geven. Macht van onze eigen regering (soevereiniteit) overhevelen naar de EU.
  8. De markt (globalisatie) inperken door de landsgrenzen te herstellen en over te stappen op een eigen munt.
  9. De toekomst van Nederland (bijvoorbeeld in 2100) heeft een circulaire economie. De democratie en soevereiniteit zijn sterk verbeterd ten koste van de globalisatie.