STEMWIJZER
voor de toekomst


Gemeenschapsgevoel


In het kort: Ons sociaal gemeenschapsgevoel neemt af. Wij krijgen steeds minder het gevoel ergens bij te horen. Steeds meer mensen met andere culturen komen om ons heen wonen en integreren nauwelijks. Het gevoel van eenzaamheid neemt onder alle leeftijden toe.

Onze samenleving is sterk geïndividualiseerd en gericht op zelfontplooiing en succesvol zijn. Iets doen voor een ander past vaak niet in onze agenda. Mensen staan er steeds meer alleen voor.

Je neemt deel aan de sociale gemeenschap (gedrag), je deelt opvattingen (normen en waarden) en je verbindt en voelt je verbonden met deze gemeenschap (beleving). Een sociale gemeenschap is bijvoorbeeld het gezin, de familie, de vriendenkring, de buurt, een verenigingen of zelfs hele samenlevingen. Wanneer het gemeenschapsgevoel afneemt dan helpen mensen elkaar minder, kunnen ze minder van elkaar hebben en voelen zich minder betrokken en verbonden met elkaar en de omgeving. Individualisering van onze maatschappij vermindert het gemeenschapsgevoel. Personen die het meeste bijdragen aan de gemeenschap, voelen zich niet voldoende verbonden met personen die er het meeste van profiteren. En ook hebben personen die het meeste bijdragen aan de gemeenschap, niet het vooruitzicht er in de toekomst ook zelf baat bij te hebben.

Het belang van gemeenschapsgevoel

Alfred Adler (psycholoog): Gemeenschapsgevoel geeft zin aan het leven. Een mens is pas volwaardig als hij/zij naar vermogen bijdraagt aan de opbouw en het voortbestaan van de samenleving. De aan- of afwezigheid van gemeenschapsgevoel is van beslissende betekenis voor het psychisch welbevinden. De aanwezigheid van gemeenschapsgevoel is een belangrijke voorwaarde voor psychische gezondheid. Wij mensen zijn sociale wezens en ons grootste doel is om erbij te horen. Het gaat goed met je als je ergens bij hoort in het leven. Je voelt je dan verbonden met de mensen om je heen, in je gezin, met je familie, op je werk, in de buurt etc.

De verzorgingsstaat

De persoonlijke afhankelijkheid van de directe omgeving maakt plaats voor een afhankelijkheid van anonieme derden en grote systemen. Iedereen moet zoveel mogelijk voor zichzelf zorgen. Dit stimuleert mensen niet om zich om anderen te bekommeren. De verzorgingsstaat is te ver doorgeschoten; de voordelen wegen niet meer op tegen de nadelen.

Het voordeel is dat burgers een hoge kwaliteit en brede toegankelijkheid van de diensten en gelijke behandeling krijgen. Hulp is geen gunst, maar is een wettelijk recht.

Het nadeel is dat het burgers passief en afhankelijk maakt. Burgers proberen niet meer eerst zelf hun problemen op te lossen in eigen kring, maar doen onmiddellijk een beroep op professionele hulp. Vervolgens worden zij ook niet geprikkeld om weer op eigen benen te staan en hun lot in eigen hand te nemen. Het gemeenschapsgevoel is verdwenen waardoor mensen wel profiteren, maar zich proberen te onttrekken aan hun verplichte bijdrage. Vrijwilligers zijn steeds moeilijker te vinden binnen verenigingen; leden van verenigingen komen om te halen en niet om te brengen.

Afbraak van de verzorgingsstaat vindt plaats door het lidmaatschap van de EU en de globalisering. De internationale concurrentie verscherpt waardoor de hoge (loon)kosten de concurrentiepositie van ons land aantast. De kostbare verzorgingsstaat kan niet meer in stand worden gehouden.

Immigratie

De EU en de globalisering stimuleren de internationale migratie naar ons land. Arbeidsmigranten en vluchtelingen doen een beroep op de verzorgingsstaat. Als immigranten gemakkelijk toegang krijgen tot de voorzieningen van de verzorgingsstaat, leidt dat tot hogere kosten en ondermijnt het de bereidheid van de (autochtone) bevolking om aan de verzorgingsstaat bij te dragen. Als immigranten langdurig worden uitgesloten van de voorzieningen, ontstaat tweedeling tussen ingezetenen met en zonder volwaardige aanspraken.
Integratie wordt steeds moeilijker omdat de media het eenvoudiger maken de eigen nationale identiteit te behouden. De mobiele telefoon, sociale media, internet, e-mail en televisie via schotelantennes zijn voor immigranten middelen om de band met het land van herkomst (van de ouders) te onderhouden. Deze media worden gebruikt om binnen Nederland netwerken met personen met dezelfde etnische of religieuze achtergrond op te zetten. Het gebruik van de Nederlandse taal is daardoor steeds minder verplicht.
Putnam (2007) stelt dat het gemeenschapsgevoel en het vertrouwen in de directe woonomgeving afnemen als er veel immigranten wonen. In deze buurten keren bewoners meer in zichzelf. Het vertrouwen neemt af, wederzijdse hulp en samenwerking worden zeldzamer, vriendschappen minder, en dit alles zelfs binnen de eigen groep. Mensen kruipen in hun schulp (schildpadgedrag). In Nederland is het mogelijk voor migranten een gemeenschap binnen een gemeenschap te vormen (niet integreren) door de eigen taal te blijven spreken of een eigen religie te beleiden.

CBS onderzoek

(Sociale samenhang 2015)  Bepaalde bevolkingsgroepen staan grotendeels aan de kant en zijn wantrouwig tegenover de samenleving. Mensen die alleen basisonderwijs hebben afgerond doen minder mee, wantrouwen vaak andere mensen, en staan ook argwanend tegenover maatschappij en politiek. Hoe meer opleiding mensen hebben hoe meer men deelneemt aan de samenleving en vertrouwen in de samenleving heeft. Niet-westerse allochtonen zijn minder sociaal dan westerse allochtonen en vooral autochtonen. Moslims doen minder mee, hebben minder vertrouwen in de medemens, maar hun vertrouwen in maatschappelijke instellingen is vaak hoger. De moskeebezoekers doen minder mee en hebben minder vertrouwen dan de moslims die niet of nauwelijks naar de moskee gaan.