STEMWIJZER
voor de toekomst


Prijsvorming


In het kort: Door de schaliewinning in de US blijken de voorraden olie en gas zo goed als "oneindig" te zijn. De wereldprijs van olie ligt daardoor sinds 2016 iets boven de productiekosten van schalie-olie; tussen de $ 35,- en $ 50,- per vat. Sommige landen hebben vreemde valuta zo hard nodig dat deze landen de olie zelfs onder de kostprijs zullen blijven leveren. De huidige brandstofprijs aan de pomp is € 0,05 plus € 0,10 accijnzen per kWh. Duurzame energie wordt steeds goedkoper waardoor de prijs van fossiele brandstoffen ook steeds lager wordt. Eerst zal de winning van schalie-olie stoppen en als laatste de winning in Saoedi-Arabië.

Hoe

De grafiek hieronder laat zien wat de kostprijs voor de oliewinning is in verschillende landen. De schalie productie van olie en gas in de US toont aan dat de voorraden olie en gas op deze wereld zo goed als "oneindig" zijn. De productieprijs voor schalie-olie ligt sinds 2015 beneden de $ 50,- per vat. Sommige OPEC-landen zijn in staat de kraan wagenwijd open te zetten waardoor tijdelijk een overproductie en een prijsdaling kan optreden. De OPEC-landen zijn niet in staat de oliekraan dicht te draaien omdat deze inkomsten vrijwel de enige inkomstenbron zijn. Gevolg is dat de olieprijs zich stabiliseert rond de $ 50,- per vat. Zodra duurzame energie concurrerend begint te worden zal de vraag naar olie verminderen en de prijs verlagen. Sommige landen hebben vreemde valuta zo hard nodig dat deze landen de olie zelfs onder de kostprijs zullen blijven leveren. Dit betekent dat fossiele energie nog heel lang goedkoper blijft dan duurzame energie. Olie is energie en grondstof voor tal van producten. Een groei-economie heeft steeds meer energie en grondstoffen nodig.

De kostprijs van olie in dollars per vat (links) en de dagproductie (mb/d = miljoen vaten per dag) tegen de tijd is in onderstaande grafiek weergegeven.

Opmerkingen: De schalieproductie (shale) van de US kost in 2017 tussen de $ 35,- en $ 50,- per vat. De schalie productie van olie en gas in de US maakt van de US een exporterend land. De wereldprijs voor olie is sterk verbonden aan deze kostprijs.

 

Prijzen:

  • Olie: (1 vat = 5,7 GJ) Na raffinage bevat een liter benzine 9,1 kWh energie. Benzine of diesel kost bij een pompprijs van € 1,50 dan ongeveer € 0,05 plus € 0,10 / kWh accijnzen.  De prijs wordt voornamelijk bepaald door een klein aantal productielanden: de grootleveranciers. Vanaf 2006 is de olieproductie wereldwijd geknepen bij een toenemende vraag waardoor de prijs is gestegen. In 2015 is de kraan volledig opengegaan waardoor de overproductie de prijs sterk onder druk heeft gezet.
  • Kolen: Kolen blijven door de grote voorraden vrij stabiel in prijs en zijn verhoudingsgewijs goedkoop € 40 / ton. De verbrandingswaarde van kolen is 30 GJ / ton. De producent van electriciteit betaalt voor de inkoop van kolen € 0,005 / kWh (2016) en ontvangt ongeveer € 0,04 / kWh (marktprijs TenneT).
  • Gas: Gas kost € 0,20 per m3 (2016). De warmte geleverd door gas kost dan € 0,02 / kWh. Omzetting naar elektriciteit begint aantrekkelijk te worden bij een prijs van € 0,07 / kWh.
  • Schaliegas en olie: Het winproces kost meer dan de gewone olie- en gaswinning. Winning is winstgevend vanaf een olieprijs van meer dan $ 35, - tot $ 50, - per vat.
  • Uranium: De kostprijs van elekticiteit vanuit uranium is vergelijkbaar met kolen.
  • Windenergie: Elektriciteit door wind op zee kost € 0,10 / kWh; productie plus transport naar land (2017). Veel lager zal het niet worden want de onderhoudskosten blijven 3-4 cent per kWh (Jon van Diepen, 2016) en de aansluitkosten op het netwerk aan land ongeveer 1 cent per kWh (Tennet). Elektriciteit door wind op land is goedkoper en kost ongeveer € 0,08 afhankelijk van de projectmatige aanpak. 
  • Zonne-energie: Electriciteit per kWh vanuit zonnepanelen kost ongeveer €0,12 (Wiki 2015). Door rendementsverhoging van een 0,5% per jaar (18% in 2015 naar 35% in 2050) kan de prijs omlaag naar ongeveer €0,06 in 2050. Zonnepanelen zijn voor de particulier aantrekkelijk vanwege het hoge belasting gedeelte op elektriciteit uit het net.
  • CO2: In 2016 kost een CO2-certificaat € 6,- per ton CO2. Een ton CO2 komt uit de verbranding van ongeveer 500m3 aardgas of 14 GJ kolen (400kg). Dit betekent dat bovenop de inkoopkosten van gas en kolen ongeveer 6% komt aan CO2 belasting; dit zijn marginale kosten. De opslag van CO2 gaat ongeveer € 60,- per ton kosten; de techniek is hiervoor nog niet klaar.

Eigenschappen:

  • Olie: Olie is energie en grondstof voor tal van producten. Voor transport worden voornamelijk van olie afgeleide producten gebruikt. Een groei-economie heeft steeds meer energie en grondstoffen nodig. Olie is gemakkelijk te vervoeren en op te slaan. De militaire vlieg-, voer- en vaartuigen zijn volledig afhankelijk van olie.
  • Kolen: Kolen produceren 2 tot 3 x zoveel CO2-uitstoot als gas bij dezelfde energie afgifte. Kolen zijn geschikt voor energiecentrales en minder geschikt voor transport over land.
  • Gas: Gas kan niet gemakkelijk opgeslagen worden en de verbruiker heeft bijna altijd een directe pijpverbinding met de bron.
  • Schaliegas: Bij het winnen en transport treden lekkages op van meer dan 3%. Dit levert totaal meer broeikaseffect dan kolen. Gas kan niet gemakkelijk opgeslagen worden en de verbruiker heeft bijna altijd een directe pijpverbinding met de bron.
  • Uranium: Kernafval is een groot probleem. Kernenergie is zeer gevaarlijk voor de omgeving bij calamiteiten.
  • Duurzame energie: Door de afhankelijkheid van zon en wind is de leverantie niet gegarandeerd. Om de dalen op te vangen is een electriciteitscentrale op een andere brandstof (kolen, gas of uranium) noodzakelijk. Om de pieken op te vangen is een opslagmogelijkheid nodig; in 2016 technisch niet beschikbaar voor grote hoeveelheden. Het opvangen van pieken en dalen zal de prijs per kWh van duurzame energiesoorten bij grootschalige toepassingen een factor 2 tot 4 doen stijgen.