STEMWIJZER
voor de toekomst


Energietransitie


In het kort: Wij zullen moeten overstappen op duurzame energie, de energietransitie. Vertraging zou fataal zijn. Het is tijd om een grof en uitdagend plan te maken. Een plan waar direct mee begonnen kan worden en later bijgesteld kan worden.

Een vertaling van 100% renewable energy; What we can do in 10 years van Richard Heinberg (Senior Fellow binnen het Post Carbon Institute van de VS, 12 boeken en honderden lezingen in meer dan 14 landen inclusief het Europees parlement). De afstemming op Europa is door de vertaler van dit stuk gedaan.

Andere energie: De overstap op andere energie bestaat uit vervanging van de huidige fossiele brandstoffen door het gebruik van energie uit wind, zon, waterkracht, geothermie en biomassa met allemaal verschillende eigenschappen. Hiervoor moeten een flink aantal hindernissen genomen worden. De beste start is met de snel haalbare zaken. Stel een plan op en stel dat telkens bij in plaats van eerst ervaring opdoen en dan beginnen met de overstap. Alles wat overgaat op duurzame energie levert een besparing op onze uitgaven voor fossiele brandstoffen. Energie is nodig om onze economie draaiende te houden. Na de overstap beschikken we nog steeds over een aanvaardbare levensstandaard. Een levensstandaard die misschien zelfs te verkiezen is boven de huidige. Het huidige materiële consumptieniveau van de meeste Europeanen is veel te hoog en moet verminderen. Het klimaat zal veel stabieler zijn dan nu. De productie van duurzame energie heeft veel minder nadelig effect op onze gezondheid en het milieu. Maar de overgang kost veel geld en regelgeving. De overgang verandert ook ons gedrag en verwachtingen naar de toekomst. Na drie of vier decennia is onze manier van leven fundamenteel veranderd.
Niemand weet hoe de overstap precies verloopt, want niemand heeft hier ervaring mee. De overstap op een andere energiesoort werd vroeger mogelijk gemaakt door nieuwe technieken. Deze veranderingen waren markt gedreven; het beleid werd daarop aangepast. Nieuwe energiebronnen kwamen er bij terwijl de oude nog steeds in gebruik waren zoals brandhout, turf, steenkool, waterkracht, olie, aardgas en kernenergie. Nu is het andersom: éérst moet het beleid wijzigen.

Stap één: De snel haalbare zaken (grootschalige opslag duurzame energie is nog niet mogelijk)
Opwekking: De makkelijkste manier om de overgang te starten is de opwekking van elektriciteit uit steenkool te vervangen door zonne-en windenergie. De bouw van veel zonnepanelen en windturbines is nodig. De vervanging van aardgas zal moeilijker gaan. Deze gasgestookte "piek" centrales worden vaak ingezet om het niet continue aanwezig zijn van zonne- en windenergie, op te vangen. (zie Stap twee).
Transport: Van alle verbruikte energie in Nederland is ongeveer 15% elektrisch. Hoe zit het dan met de rest van de energie waar wij van afhankelijk zijn? Omdat zonne- en windenergie elektriciteit produceren kunnen wij het best zoveel mogelijk elektriciteit gebruiken als energiedrager. Transport slurpt een groot deel van onze energie op en de personenauto vormt daar het grootste deel. We kunnen het olieverbruik aanzienlijk verminderen als we allemaal elektrische auto’s gaan rijden. De vervanging van 8 miljoen Nederlandse auto's kost tijd en geld, maar bespaart uiteindelijk op nationaal niveau energie en geld. Vergeet daarbij niet het openbaar vervoer te bevorderen want daarmee kan veel sneller en met minder kosten energie bespaard worden.
Gebouwen: De verwarming en koeling van de meeste gebouwen door gasgestookte apparaten kan beter vervangen worden door elektrische lucht-warmtepompen. Ook kunnen we beginnen met de vervanging van gasfornuizen door elektrische fornuizen. Gebouwen hebben veel aanpassingen nodig om efficiënt met energie om te gaan. Dit kost veel tijd en geld, maar bespaart ook veel energie. De bouwvoorschriften voor nieuwbouw moeten dan de (bijna) netto-nul-energie prestatie eisen. De inzet van meer energie-efficiënte apparaten is ook een snelle besparing.
Voedsel: Onze voedselketen is een grote energieverbruiker. Fossiele brandstoffen worden gebruikt bij de productie van kunstmest, voedselverwerking, en transport. Lokaal verbouwd voedsel vermindert het energieverbruik voor transport. Met onze hoge bevolkingsdichtheid blijft import noodzakelijk.
Conclusie: Als we vol inzetten op bovenstaande gebieden, is 40 procent minder uitstoot van CO2 in 10 tot 20 jaar op zijn minst mogelijk.

Stap twee: De moeilijkere zaken (grootschalige opslag duurzame energie moet dan wel mogelijk zijn)
Opwekking: Zonne-en windenergie hebben een groot nadeel: ze leveren niet constant energie. Bij grootschalige toepassing van deze energiesoorten moeten onderbrekingen opgevangen worden. Heel veel energie moet opgeslagen kunnen worden. Toepassing van duurzame energie betekent dat er miljoenen kleine energiecentrales bijkomen. Hiervoor moet het elektrische netwerk (ondergronds en bovengronds) volledig aangepast worden. Ook moet een begin gemaakt worden om het energieverbruik te laten samenvallen met de beschikbaarheid van zonne- en windenergie. Hiervoor moeten nog veel technologische en gedragsmatige hindernissen overwonnen worden. 
Transport: Omdat voor de productie en ontmanteling van auto’s veel energie nodig is, moeten we de behoefte aan auto’s verminderen. Meer mensen in steden en voorsteden zal leiden tot meer openbaar vervoer, fietsen en wandelen en minder auto’s. We kunnen al het gemotoriseerd menselijk transport elektrificeren door het bouwen van meer geëlektrificeerd openbaar vervoer. Zware vrachtauto's kunnen draaien op brandstofcellen, maar het is nog beter om het vrachttransport over de weg te minimaliseren en goederenvervoer per spoor uit te breiden. Om de noodzaak van scheepsvervoer te verminderen moeten de productiefaciliteiten meer lokaal geplaatst worden; minder globalisering.
Industrie: Een groot gedeelte van de maakindustrie draait al voornamelijk op elektriciteit, maar er zijn uitzonderingen die moeilijk te veranderen zijn. Veel grondstoffen in productieprocessen bestaan uit fossiele brandstoffen zoals grondstoffen voor kunststoffen en andere op petrochemie gebaseerde materialen. Ook worden veel fossiele brandstoffen gebruikt in de mijnbouw of bij de productie van metalen. Aanzienlijke inspanningen zijn nodig om de op fossiele brandstoffen gebaseerde industriële materialen te vervangen. Niet-hernieuwbare materialen geheel recyclen laat de noodzaak voor delfstoffen sterk afnemen.
Conclusie: Als we deze zaken kunnen regelen kunnen we ruwweg 80 procent minder uitstoot van CO2 realiseren. Hierbij zijn nog veel meer zonnepanelen en windturbines nodig.

Stap drie: De werkelijk moeilijke zaken
Afschaffing van de laatste 20 procent van ons huidig verbruik fossiele brandstoffen neemt nog veel meer tijd, onderzoek, investeringen en gedragsverandering in beslag.
Eén voorbeeld: Wij gebruiken momenteel enorme hoeveelheden beton voor allerlei bouwwerken. Het cruciale ingrediënt voor beton is cement. Voor de cementfabricage is een hoge temperatuur vereist, die in theorie door zonlicht, elektriciteit, of door waterstof geleverd kan worden. Een vrijwel volledige herinrichting van het proces cementfabricage is dan nodig.
Voedsel: Verdere verlaging van de CO2-uitstoot kan door alle voedselproductie organisch te maken. Het elimineren van fossiele brandstoffen bij de verwerking, verpakking en transport van levensmiddelen zal ook leiden tot een compleet herontwerp van deze systemen.
Communicatie: Bij de productie van telefoons, computers, servers, draden, foto-optische kabels, zendmasten, en nog veel meer, wordt gebruik gemaakt van mijnbouw en processen met hoge temperaturen. Het omvormen van de communicatiesector levert een aantal zeer grote problemen op. De enige goede lange termijn oplossing is de levensduur van apparaten te verlengen, ze vervolgens te herstellen en als het echt nodig is, volledig te recyclen. Het internet kan worden gehandhaafd met low-tech, asynchrone netwerken waarbij een relatief laag stroomverbruik nodig is. De AirJaldi netwerken in India, die 20.000 gebruikers Internet toegang bieden in zes staten met voornamelijk zonne-energie, zijn daar een voorbeeld van.
Transport: De afschaffing van dure olie substituten in het zware transport vereist brandstofcellen of biobrandstoffen. Een goede vervanger voor vliegtuigbrandstoffen is er niet. Als wij willen vliegen komen alleen waterstof of biobrandstoffen in aanmerking en dat is erg duur. De luchtvaart zal sterk afnemen en minder algemeen gebruikt worden. De wegen asfalteren en repareren kan zonder het gebruik van asfalt op oliebasis, maar vereist een bijna compleet herontwerp van processen en apparatuur. De afname in al het transport zal de wereldhandel en daarmee direct de westerse economie laten krimpen.
In onze industriële samenlevingen zijn de sectoren communicatie, mijnbouw en transport nauw met elkaar verbonden. Het in stand houden van deze onderling afhankelijke verbanden en verbindingsketens vraagt veel aandacht. Wanneer één schakel er tussen uitvalt, komt de gehele keten in gevaar. En sommige schakels zijn in de keten moeilijk te vervangen.
Planning: Wanneer wij direct beginnen met onderzoek en ontwikkeling nodig voor de vele in stap twee en drie genoemde problemen zal de overstap versneld uitgevoerd kunnen worden. Voor de planning, is het handig om te weten wat relatief snel en goedkoop gedaan kan worden, en wat veel tijd in beslag neemt, kostbaar is en veel langdurige inspanning vereist.
CO2 afname: We kunnen zelfs verder komen dan nul koolstofemissies, wanneer we koolstof gaan opslaan in de bodem en de bossen.

Eindsituatie
Ecologische voetafdruk: Over hoeveel energie beschikken wij aan het einde van de overgang? Dit is moeilijk te beantwoorden, want er zijn vele vragen. Hoe snel zijn de investeringen beschikbaar? Hoe snel is de techniek van duurzame energie in staat zichzelf te reproduceren zonder dat de back-up van fossiele brandstoffen hierbij nodig is. Deze "hoe snel" vragen weerspiegelen de begrijpelijke bezorgdheid om het huidige niveau van comfort en gemak te handhaven. Wij moeten kennis hebben van onze ecologische voetafdruk. De hoeveelheid productief land en zee beschikbaar per persoon om ecologisch duurzaam van te leven (de ecologische voetafdruk) is 1,7 mondiale hectare volgens het Global Footprint Network's Living Planet Report 2014. De huidige ecologische voetafdruk per persoon binnen de Europese Unie is 4,8 mondiale hectare (voor Nederland zelfs 6,2). Kunnen Europeanen hun huidige levensstijl handhaven bij 100% gebruik van hernieuwbare energie? Het duidelijke antwoord is: slechts tijdelijk, of helemaal niet. Dus waarom zou je het proberen? We moeten streven naar een duurzaam niveau van energie- en materiaalverbruik, die gemiddeld aanzienlijk lager is dan nu.
Maatschappij: Op de een of andere manier zal de overstap een enorme maatschappelijke verschuiving vertegenwoordigen. De historie leert ons dat bij dit soort verschuivingen altijd winnaars en verliezers zijn. Als we nu te weinig aandacht hebben voor het verschil tussen rijk en arm kan het best zo zijn dat alleen de rijken toegang tot duurzame energie hebben. En dus uiteindelijk alleen de rijken toegang hebben tot een substantiële hoeveelheid van de beschikbare energie.
Europese Unie: Al deze uitdagingen en kansen geven aan dat een economie gebaseerd op echt volledige duurzame energie zeer veel afwijkt van onze huidige Europese economie. De ontstane duurzame economie zal waarschijnlijk langzamer en meer lokaal zijn; een circulaire in plaats van een consumptie maatschappij. Ook zal waarschijnlijk de economische ongelijkheid veel minder zijn dan nu. De economische groei wordt vanzelf negatief als de consumptie per hoofd van de bevolking krimpt. Als we een financiële crash en misschien een revolutie willen voorkomen dan hebben we een ander economisch stelsel nodig. Ons huidige streven naar groei-economie is onhoudbaar. In haar recente boek over klimaatverandering, “This Changes Everything”, vraagt Naomi Klein zich af of het kapitalisme wel stand kan houden in het tijdperk van de klimaatverandering. Theoretisch is het mogelijk om het kapitalisme te behouden omdat dit meer op winst dan op groei is gericht. Toch lijkt dat geen goed idee. Slechts enkelen zullen winst opstrijken ten koste van alle anderen bij het ontbreken van groei.
Overige landen: Dit korte artikel behandelt alleen de overstap van energie in de Europese Unie en specifiek Nederland. Andere landen worden geconfronteerd met andere uitdagingen en kansen. Arme landen moeten manieren vinden om al hun energie uit hernieuwbare bronnen te halen en gelijktijdig de levensstandaard te verhogen. Landen die bijzonder kwetsbaar zijn voor een stijging van de zeespiegel, moeten andere prioriteiten stellen. Landen met een kleine bevolkingsdichtheid en mogelijkheden tot de opwekking van zeer veel zonne- of windenergie bevinden zich in een gunstige positie. Zij moeten dan wel in staat zijn buitenlandse investeringen aan te trekken zonder al te veel verplichtingen.

100% renewable energy; What we can do in 10 years is een samenvatting van het in voorbereiding zijnde boek “Our Renewable Future” van Richard Heinberg en David Fridley (wetenschapper van het energieanalyse programma op het Lawrence Berkeley National Laboratory).