STEMWIJZER
voor de toekomst


Multinationals


In het kort: Grote multinationals hebben veel te veel macht. Het economische, politieke en culturele leven in veel landen op deze wereld wordt grotendeels door deze multinationals bepaald. Deze multinationals hebben zoveel invloed dat zij de vrije markt bepalen, de vrije concurrentie onmogelijk maken en de democratie ondermijnen. Deze multinationals kunnen door hun complexe organisatie alle regels omzeilen. Nog ernstiger is dat deze multinationals verenigd zijn in organisaties, waarin ook overheden zitten, die hun belangen wereldwijd veiligstellen. Multinationals hebben nu veel meer nadelen dan voordelen. Multinationals met een wereldwijde vestiging hebben geen sociale, culturele en politiek binding en zijn voornamelijk uit op (korte termijn) winst. De belangrijkste nadelen zijn een toename van de wereldwijde werkeloosheid, armoede, sociale onzekerheid, milieuvernietiging, verspilling van grondstoffen en belastingontwijking.

Wat moet er gebeuren

Multinationals moeten in omvang en aantal krimpen; de globalisering moet afremmen. De regels voor multinationals moeten wijzigen; onder andere moet het intellectueel eigendom vervallen (Smiers, Pekelharing en Huige). Handelsverdragen moeten minder vrijheid geven en fusies van multinationals moeten stoppen. Multinationals moeten zwaarder belast worden ter compensatie van hun negatieve praktijken. Dit kan Nederland niet zelf; alleen de EU heeft voldoende macht om dit aan te pakken. Lokale bedrijven (binnen de EU) krijgen dan weer de kans om te groeien (werkgelegenheid). De EU moet het internationale geldverkeer belasten om de snelle en speculatieve geldhandel af te remmen. Op dit moment lijkt de beste oplossing om multinationals te verbieden te handelen als zij niet gerechtelijk aangepakt kunnen worden op hun criminele daden. Dit om lokale bedrijven een vergelijkbare concurrentie positie te geven.

Nadelen multinationals

  • Ongeveer 150 ondernemingen beheersen 40% van de wereldeconomie en 750 ondernemingen daar 80% van beheersen (Vitali 2011).
  • Financiële transacties zijn voor 98% bedoeld om met geld geld te verdienen; een soort van casino met voorkennis. Slechts 2% betreft betalingen over import en export van diensten en goederen (Lietaer 2012). De huidige globalisering kenmerkt zich ook door de ongekende groei van de virtuele kapitaalmarkt. Grote sommen geld kunnen door één druk op de knop van de ene kant naar de andere kant van de wereld worden overgemaakt.
  • De multinationals vestigen zich op de meest gunstige locatie op de wereld op zoek naar winst en stabiliteit en spelen daarbij landen tegen elkaar uit.
  • De patenten worden door de grote rijke multinationals verkregen door research of inkoop. Veel fusies gaan om de patenten. Daarmee creëren deze multinationals een monopolie en worden nog rijker. Veel patenten worden niet gebruikt en zijn er alleen om de concurrenten te dwarsbomen; deze concurrenten kunnen niet meer innoveren. De consument blijft verstoken van goede producten (Smiers, Pekelharing en Huige).
  • Goedkope producten betekent veel verspilling in de westerse landen.
  • Het huidige beleid van Instellingen zoals WTO, G8, IMF en de Wereldbank is globalisatie met als doel economische gelijkheid in de wereld te scheppen. Maar globalisatie maakt nu de rijke landen rijker en de arme landen armer. Wereldwijd nemen de verschillen in rijkdom toe. De winsten van multinationals vloeien naar de aandeelhouders en niet naar de landen waarin de productie plaatsvindt. Grote verschillen in hoogte van de tariefmuren tussen westerse en ontwikkelingslanden maken het voor ontwikkelingslanden onmogelijk om te concurreren met westerse landen.
  • Westerse landen maken ontwikkelingslanden economisch afhankelijk door bilaterale handelsverdragen (wij geven geld als jullie alleen met ons handelen).
  • Multinationals kunnen hun productie eenvoudig verplaatsen naar andere landen. Voor werknemers betekent dit dan verlies van werk. Multinationals kunnen daarmee overheden chanteren om de regels soepeler voor hen dan voor de lokale bedrijven te laten gelden.
  • Multinationals hebben geld om te automatiseren en robotiseren. De wereldwijde werkgelegenheid neemt steeds sneller af. De wereldwijde armoede neemt toe.
  • De CO2-uitstoot veroorzaakt door wereldwijde transporten van de producten van multinationals, veranderen het klimaat. De transporten van producten van en naar Nederland veroorzaken 20% van de Nederlandse CO2-uitstoot.
  • Multinationals zoeken landen uit die bereid zijn goedkope en zeer vervuilende energie te leveren voor hun productie.
  • Multinationals zoeken landen uit waar minder milieuregels zijn zodat hun productieproces eenvoudiger maar vervuilender mag zijn en dus goedkoper.
  • Multinationals spelen landen tegen elkaar uit om zo min mogelijk voor de grondstoffen van die landen te hoeven te betalen.
  • Multinationals zoeken landen uit waar mensen tegen zo laag mogelijk kosten produceren. In arme landen betekent dit veel uren per week en lage uurlonen; een minimumloon is er niet. In rijke landen betekent dit verhoogde werkdruk en baanonzekerheid.
  • Multinationals ontduiken door listige financiële constructies zoveel mogelijk belastingen veelal via belastingparadijzen. De regeringen van de landen waarin multinationals zich vestigen krijgen niet veel terug voor hun diensten in de vorm van belastingen, gezien multinationals vooral belasting betalen in de voor hen meest voordelige landen. Hoe groter de multinational, hoe listiger de financiële constructies zijn. Grote landen bezitten de grootste multinationals en profiteren daardoor het meest.
  • Bovenstaande handelswijzen van multinationals maken dat lokale bedrijven hier niet tegenop kunnen concurreren. Stabiele werkverhoudingen gaan verloren.
  • Handelsafspraken die regeringen de afgelopen jaren in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hebben gemaakt, hadden tot doel wereldwijd extra duurzame banen te creëren. Dit is niet gelukt. Integendeel, de vrijhandelsafspraken hebben juist de multinationals meer macht gegeven. En deze afspraken belemmeren overheden om de economische ontwikkeling (werkgelegenheid) te sturen.
  • De laatste twintig jaar is het volume van de wereldhandel met een factor 11 toegenomen en de economische groei met een factor 5. Toch vond geen regelmatige verhoging van de gemiddelde levensstandaard plaats. Wel nam de armoede, werkloosheid, sociale onzekerheid en milieuvernietiging toe.
  • Nationale regeringen voelen zich steeds machtelozer. De sterk verhoogde internationale mobiliteit van het kapitaal en de globalisering van de markten maken dat de mogelijkheden van macro-economische maatregelen steeds geringer worden. Voor monetaire (geld) politiek bestaat praktisch geen speelruimte meer; zie kredietcrises. Rentetarieven en wisselkoersen vallen onder de hoede van de centrale banken, die slechts reageren op de ontwikkelingen van de economische markt. Handelsovereenkomsten en import/exportbeperkingen worden bepaald door de diverse Wereldhandelsorganisaties die hun invloed op de regeringsleiders laten gelden.
  • Grote multinationals hebben invloed op de politiek via hun lobby in Brussel en Washington.
  • Nationale regeringen kunnen geen arbeidstijdverkorting doorvoeren om werkgelegenheid te bevorderen. Het land is dan voor multinationals minder aantrekkelijk.
  • Nationale regeringen kunnen de belastingen op fossiele brandstoffen niet verhogen om het gebruik van deze brandstoffen te reduceren en zo doende de CO2 uitstoot te verminderen. Het land is dan voor multinationals minder aantrekkelijk.
  • Gemiddeld verandert een aandeel binnen een minuut van eigenaar. De korte termijn winst is belangrijker dan de lange termijn winst. Het voortbestaan van de onderneming is niet meer belangrijk. Het voortbestaan van de onderneming is wel van belang voor de arbeiders en toeleveranciers. Dit heeft niets meer met de reële economie te maken maar alles met speculatie. Landen kunnen hierop geen invloed uitoefenen via de aandelenbeurzen. Doen zij dit wel dan lopen de geldstromen via andere beurzen (landen).
  • Financieel kapitaal is op zoek naar snelle winst waardoor economische instabiliteit ontstaat (James Tobin Nobelprijs winnaar 1981). Kapitaalstromen moeten worden afgeremd, vijandige overnames verbieden, een verbod op short-verkopen, geen leningen met als onderpand aandelen en beperken van grensoverschrijdend kapitaal.

Voordelen multinationals

  • Producten worden goedkoper en zijn voor iedereen bereikbaar is een voordeel voor de armen.
  • Steeds minder mensen leven in extreme armoede.
  • Producten kunnen wereldwijd verkocht worden. Voor een multinational met een uniek product levert dat hoge winsten op.
  • Landen en hun economieën zijn zo afhankelijk van elkaar dat oorlogen steeds onwaarschijnlijker worden.
  • Doordat de multinationals migreren naar lagelonenlanden groeit daar de werkgelegenheid. Een multinational brengt immers heel wat werkplekken met zich mee. Toch neemt het aantal arbeidsplaatsen wereldwijd af door de verregaande specialisatie en automatisering binnen multinationals.
  • Door de vrije wereldmarkt groeit de concurrentie. Dit leidt in veel gevallen tot lagere prijzen en hogere kwaliteit. De consument gaat er dus op vooruit.

De mate waarin nadelen en voordelen gelden, verschillen per multinational.