STEMWIJZER
voor de toekomst


Internationale vrije markt


Samenvatting: De internationale vrije markt maakt dat producten goedkoop bij consumenten in andere landen komen en heeft ons veel welvaart gebracht. Importheffingen en andere beperkingen op internationale handel zijn wereldwijd nog nooit zo laag geweest. De toegevoegde waarde van nieuwe vrijhandelsverdragen is daarom zeer gering. De vrije markt is op de korte termijn gericht en voornamelijk op het verdienen van geld. De internationale vrije markt zorgt daardoor voor werkloosheid, toenemend verschil tussen rijk en arm, klimaatverandering, milieuschade en schaarste aan grondstoffen. De internationale handel begint nu een bedreiging te vormen voor onze kwaliteit van leven en welvaart. De groei economie moet stoppen en de circulaire economie moet in gang gezet worden. De duurzame circulaire economie kan gestimuleerd worden door belastingen op het verbruik van grondstoffen te heffen en gelijktijdig de belastingen op arbeid te laten vervallen.

Internationale vrije markt

Voor Nederland en de EU is het onmogelijk om alle goederen en diensten waaraan behoefte is, zelf te produceren. Vooral aan grondstoffen is een gebrek. Grondstoffen moeten vanuit landen waar deze in de grond zitten, worden geïmporteerd. De productie in lage lonenlanden is vaak goedkoper dan in eigen land. In het algemeen geldt dat hoe groter het land, des te minder het afhankelijk is van import en export.
De internationale vrije markt zorgt dat producten goedkoop bij consumenten in andere landen komen. Juist deze internationale handel heeft ons veel welvaart gebracht. De internationale handel is grotendeels in handen van multinationals. De beursnotatie van multinationals vereist dat geld verdiend moet worden voor de aandeelhouders waardoor een korte termijn visie ontstaat. Multinationals houden daardoor geen rekening met milieuschade bij gebruik en afvoer van het product. Multinationals eisen daardoor van landen dat deze steeds goedkoper worden om zich daar te vestigen. Goedkope producten zijn meestal gemaakt van delfstoffen die bij winning grote milieuschade veroorzaken. Multinationals zorgen ook voor werkloosheid, toenemend verschil tussen rijk en arm, klimaatverandering, milieuschade en schaarste van grondstoffen. De internationale handel begint nu een bedreiging te vormen voor onze kwaliteit van leven en welvaart. De bedreigingen zijn zo groot dat subsidies tekortschieten en overgegaan moet worden op een wijziging in belastingen. Belastingen vormen een krachtig middel om de economie te sturen. Voor een circulaire economie is het belangrijk dat de kosten voor milieu etc. in de producten zijn verwerkt.

Circulaire economie

Voor een duurzame circulaire economie is het noodzakelijk grondstoffen zoveel als mogelijk te recyclen. Dit kan aangemoedigd worden met subsidies voor het recyclen of met belasting op het gebruik van nieuwe grondstoffen. De begrotingen van overheden zijn veel te beperkt om op grote schaal subsidies te verstrekken. Fossiele brandstoffen vervangen door gesubsidieerde duurzame energie is al onbetaalbaar. Subsidies op duurzame (gerecyclede) grondstoffen zorgen er ook voor dat de vrije markt veel minder efficiënt gebruikt wordt dan bij belasting op nieuwe grondstoffen; de ambtenaar speelt ondernemer.
De belastinginkomsten voor Nederland en andere landen binnen Europa komen voor meer dan de helft uit arbeid (loonbelasting en andere verkapte loonheffingen), voor 6 % uit energie en transportbelastingen en voor 0,3 % uit grondstoffen. Als de te importeren grondstoffen de helft van onze belastinginkomsten zijn kan belasting op arbeid verdwijnen en is dit een enorme stimulans om grondstoffen slimmer te gaan gebruiken en te recyclen. Echter, de internationale handel gaat misbruik maken van de handel tussen een land met belasting op grondstoffen en een land met belasting op arbeid. Bij internationale handel zullen dan de grondstoffen ingevoerd worden door het land waar weinig belasting op grondstoffen zit, en de arbeid uitgevoerd worden in het land waar weinig belasting op arbeid zit. Vrije handel kan alleen gedreven worden tussen landen met hetzelfde belastingstelsel gebaseerd op grondstoffen of op arbeid. Landen binnen de EU hebben een vrijhandelsverdrag met elkaar waardoor direct de belasting op grondstoffen bij alle landen ingevoerd moet worden. De producenten van buiten de EU zullen hogere invoerheffingen moeten betalen tenslotte brengen hun producten weer nieuwe grondstoffen de EU binnen. De hogere heffingen zijn goed te verantwoorden binnen de WTO afspraken en zullen per productsoort plaats moeten vinden.

Belasting op grondstoffen in plaats van arbeid

In een duurzame circulaire economie zijn belastingen op grondstoffen vereist waarna belastingen op arbeid kunnen vervallen. De belasting kan in beginsel geheven worden op de import van fossiele brandstoffen. Vrijhandelsverdragen belemmeren deze overstap. Bij vrijhandelsverdragen voeren multinationals grondstoffen het land in waar belasting op arbeid heerst, transporteren deze naar het land met belasting op grondstoffen en produceren in dat land het eindproduct. Het gevolg is dat zo goed als geen belasting betaald wordt en geen recycling van grondstoffen plaatsvindt. Naast de grondstoffen olie, kolen en gas zullen ook importheffingen op halffabricaten geheven moeten worden; tenslotte bestaan deze grotendeels uit grondstoffen (staal, aluminium en ook zonnepanelen). Voor eindproducten heeft ieder land weer een gelijke concurrentiepositie zodat daarop geen importheffingen geheven hoeven te worden.

Vrijhandelsverdrag

Twee of meer landen schaffen de douanetarieven af ten opzichte van elkaar, belastingtarieven en quota gelden niet meer en bureaucratische vereisten worden verminderd, waardoor het aantrekkelijker wordt voor bedrijven om zich in dat andere land te vestigen en er te investeren. Echter, de importheffingen en andere beperkingen op internationale handel zijn nog nooit zo laag geweest. Uitzonderingen daarop zijn voor agrarische producten zoals rijst, suiker en zuivel. Er valt nauwelijks profijt te verwachten van nieuwe vrijhandelsverdragen om de laatste resten van protectionisme op te ruimen. Berekeningen laten zien dat volledige vrijhandel na 10 jaar het mondiale BNP nog maar met 1/3 % verhoogt (Dani Rodrik, hoogleraar globalisatie Harvard university). Nieuwe vrijhandelsverdragen hebben geen zin. Handelsministers kunnen beter de bestaande openheid bestendigen en de markten beter afstemmen op bredere sociale doelen. Onderhandelingen moet gaan over beleidsruimte, niet over markttoegang. Onder de bestaande regels van de WTO is Invoering van de circulaire economie nu mogelijk.

WTO

De WTO is een internationaal orgaan dat zich bezighoudt met de regelgeving voor de handel tussen twee landen. De organisatie is in het leven geroepen om de nieuwe wereldhandelsverdragen te bewaken. Een fundamenteel principe van de WTO is die van non-discriminatie; eigen bedrijven mogen niet worden voorgetrokken boven buitenlandse bedrijven. Wat voor een land geldt, geldt direct voor alle landen. Uitzonderingen daarop zijn de regionale handelsblokken (landen binnen de EU kunnen wel voorkeur krijgen boven niet EU-landen), en landen met een zwakkere economie: zij worden ontheven van sommige verplichtingen. Volgens de WTO-regels mogen landen teruggrijpen op 'vrijwaring' in de vorm van hogere importheffingen, als hun eigen bedrijven in de problemen raken door een plotselinge importpiek.