STEMWIJZER
voor de toekomst


Belasting


In het kort: De helft van de rijksbegroting komt van belasting op arbeid. Belasting op fossiele brandstoffen moet geleidelijk deze belasting op arbeid vervangen; fiscale vergroening. Het verbruik van fossiele brandstoffen en de CO2-uitstoot nemen daardoor af. Gelijktijdig neemt het gebruik van duurzame energie toe zonder allerlei subsidieregelingen. Ook de werkgelegenheid neemt toe.

Fiscale vergroening: Een overheid heeft belastinggeld nodig. De helft van het Nederlandse belastinggeld zijn heffingen op inkomen: ongeveer 150 miljard euro. Belasting moet je heffen op zaken die je wilt laten afremmen. Belasting op arbeid zorgt voor steeds efficiënter ingerichte productieprocessen waardoor steeds minder mensen aan het arbeidsproces deelnemen. Een steeds kleinere groep brengt de belasting op terwijl de groep die een beroep doet op de sociale zekerheid steeds groter wordt. Efficiëntere productieprocessen gebruiken robots en machines waardoor in de meeste gevallen meer energie nodig is en een toename van CO2-uitstoot plaatsvindt. Het grote wereldprobleem is CO2. Voor de vermindering van de CO2-uitstoot is een belasting op het gebruik van fossiele brandstoffen voor de hand liggend; de vervuiler betaalt. Vervanging van de belasting op arbeid door belasting op fossiele brandstoffen laat de CO2-uitstoot afnemen en de werkgelegenheid toenemen. Grondstoffenefficiëntie boven arbeidsefficiëntie.Voor inkomensnivellering blijft belasting op arbeid een geschikt instrument.

De ambtenaar als ondernemer: De ambtenaar is ondernemer geworden door alle subsidieregelingen te maken die noodzakelijk zijn om duurzame energie en werkgelegenheid te stimuleren. Want waarom het ene project wel en het andere niet en hoeveel subsidie per geïnvesteerde euro: de afweging is zeer complex en is niet door een overheid te maken. Onze kapitalistische vrije markt is daar veel beter geschikt voor. De overheid dient een omgeving te scheppen waarin de vrije ondernemer de juiste keuzes kan maken.
Bijvoorbeeld vanuit de SDE+ pot worden miljarden subsidies verstrekt aan energiemaatschappijen voor de verbranding van houtsnippers in kolencentrales (biomassa); groene energie. Dit wordt gedaan om de in EU verband afgesproken doelstellingen te halen. Subsidies voor bijstook hebben een looptijd van acht jaar. Door de subsidie zal in 2020 de Amercentrale in Geertruidenberg voor 80% draaien op biomassa. De kolencentrale van RWE in de Eemshaven zal 15% van de energie opwekken met biomassa. Energiemaatschappijen ontvangen zo staatssteun om houtsnippers te verbranden in hun kolencentrales. Vaak worden die snippers aangevoerd uit Noord-Amerika. Het is biomassa die direct omgezet wordt in CO2. Als dit hout in Noord-Amerika blijft komt door geleidelijke verrotting uiteindelijk veel minder CO2 in de lucht en vindt geen extra uitstoot plaats door transport. Daarnaast wordt het planten van bomen juist gesubsidieerd om CO2 vast te houden.

Internationale vrije markt: Heel wat voorstellen zijn al gelanceerd om: grondstoffen meer te belasten en arbeid juist minder (zie het Ex'tax project). De belastinginkomsten blijven hiermee op hetzelfde niveau (zie Berekeningen). Meer arbeid wordt ingezet (minder werkeloosheid) en grondstoffen slimmer gebruikt. Zolang alles zich binnen Nederland afspeelt is dit goed regelbaar en als overheid zelf te bepalen. Echter, de internationale vrije markt maakt deze belastingwijziging onmogelijk. Multinationals voeren de grondstoffen het land in waar belasting op arbeid heerst, transporteren deze stoffen naar het land met belasting op grondstoffen en maken in dat land het eindproduct met de goedkopere arbeidskrachten. Het gevolg is dat men zo goed als geen belasting betaalt en er geen recycling van grondstoffen plaatsvindt.
De vrije internationale markt blijft met kleine aanpassingen intact wanneer de belastingwijziging alleen voor fossiele brandstoffen gaat gelden. Eindproducten kunnen vrijelijk verhandeld worden, ongeacht het belasting stelsel van de verschillende landen; het percentage arbeid en energie verschilt meestal niet veel. Bij halffabricaten (staal, aluminium, zonnepanelen) vormt energie een te groot aandeel zodat hierop extra importheffingen nodig zijn.

EU: Landen binnen de EU moeten de belasting op fossiele brandstoffen gelijktijdig invoeren vanwege de volledig vrije markt: vrij verkeer van diensten, mensen en goederen. Electriciteitsnetwerken van verschillende landen zijn met elkaar verbonden waardoor de goedkoopste producenten kunnen leveren. Bij het niet gelijktijdig invoeren van deze belasting valt de vrije markt van de EU uit elkaar en is een circulaire economie onmogelijk. Nederland is veel te klein om deze belasting zelfstandig in te voeren. De belasting op fossiele brandstoffen dient langzaam opgevoerd te worden zodat de consument en industrie daarop kunnen inspelen. Uiteindelijk is de belasting zo hoog dat duurzame energie goedkoper is dan het gebruik van de goedkoopste fossiele brandstof (kolen). Alle landen binnen de EU hebben een gelijke concurrentiepositie. Nog meer voordelen zijn: het systeem is goed te overzien door de burger, groot en klein verbruiker worden even zwaar belast, het geeft alle verbruikers een prikkel het milieu minder te belasten, het stimuleert innovaties groot en klein, de overheid hoeft innovaties voor duurzame energie niet met subsidies te stimuleren. Het niet werkende systeem van CO2 emissie certificaten komt hiermee te vervallen. Met de importheffingen kunnen de individuele landen hun belasting stelsel ombouwen van belasting op inkomen naar belasting op energie. De inkomstenbelasting is sterk vereenvoudigd. Het zwarte geld verdwijnt doordat een bruto salaris een netto salaris is. Een sterke EU is van groot belang.

Berekeningen: De prijs aan de pomp (winning, opwekking, transport, opslag, raffinage) blijft voor fossiele brandstoffen lager dan voor duurzame energie. Olielanden maken dit mogelijk zolang de winning goedkoop blijft (zie prijsvorming). Duurzame energie is alleen met subsidies en belastingmaatregelen in te voeren. Bij kleine hoeveelheden energie is subsidie mogelijk. De grote hoeveelheden duurzame energie vereisen nu belastingmaatregelen. De belasting op arbeid moet veranderen in belasting op grondstoffen zoals fossiele brandstoffen. Belasting op arbeid vormt nu ongeveer 50% van de totale overheidsinkomsten: 150 miljard euro. Het totale energie verbruik in Nederland is ongeveer 4000 PJ inclusief het verbruik door het vlieg- en vaarverkeer (zie energiebalans). Om 150 miljard belasting te heffen over het verbruik van kolen, olie en gas moet per kWh ongeveer € 0,135 extra belasting betaald worden. Het totale energieverbruik van Nederland is in 2013 ongeveer 4000 PJ overeenkomend met 1100 miljard kWh. De consument betaalt al langer dit soort bedragen als energiebelasting. De grootgebruiker betaalt zo goed als niets aan belasting en daar komt dan ook grotendeels de 150 miljard vandaan. De gevolgen zijn dan:

  • Arbeid wordt ongeveer de helft goedkoper waardoor meer mensen aan de slag zijn.
  • De schaduw economie waarin geen belasting betaald wordt, verdwijnt.
  • Brandstof wordt aan de pomp 2x zo duur. Gas en elektriciteit kunnen voor de particulier in prijs gelijk blijven afhankelijk van belastingen.
  • Voor olie betekent een verdubbeling van de brandstofprijs minder files, minder asfalt en veel minder vliegbewegingen.
  • De productieprijs van elektriciteit per kWh door kolencentrales of gascentrales is dan bijna gelijk. De prijs voor elektriciteit voor het bedrijfsleven wordt 4 x zo hoog. Duurzame energie is dan goedkoper dan fossiele energie waardoor kolencentrales vanzelf verdwijnen.
  • De gascentrales blijven bestaan voor de opvang van dalen in het elektriciteitsnet. Voor de verwarming schakelt men over op warmtepompen en worden de gasgestookte cv-ketels niet meer vervangen.
  • De CO2 wordt direct belast waardoor het slecht functionerende en complexe CO2 emissie certificaten systeem kan verdwijnen.

Praktische uitvoering:

  • De heffingen zijn zeer gemakkelijk te innen doordat fossiele brandstoffen slechts op een paar plaatsen ingevoerd worden. Daar zijn vaak al gekalibreerde meetinstrumenten in gebruik om de hoeveelheden te meten.
  • De hoogte van de belasting kan per brandstofsoort ingesteld worden. Een hogere belasting op kolen faseert kolen het eerst uit.
  • Halffabricaten worden in grote hoeveelheden tegelijk geïmporteerd waardoor deze extra heffingen gemakkelijk inbaar zijn.
  • De overgang kan in stapjes gemaakt worden bijvoorbeeld over 10 jaar te beginnen met 5% en eindigend met stapjes van 15% om te komen tot € 0,125 heffing onder gelijktijdige vermindering van de inkomstenbelasting.
  • De afname van fossiele brandstoffen leveren na verloop van jaren te weinig belastinggeld op. Belasting op andere grondstoffen zijn dan mogelijk.
  • Op de import van eindproducten is geen extra importheffing noodzakelijk; het aandeel energie en arbeid zijn ongeveer gelijk in eindproducten.

 

Voorwaarde: De maatregelen moeten in Europees verband genomen worden, anders worden de grondstoffen in het buitenland ingekocht en de arbeid in Nederland verricht (zie Vrijhandel).